Behandeling met eenrichtingsventielen

Bronchoscopische longvolumereductie met eenrichtingsventielen is een bronchoscopische procedure waarbij de ingang van een longkwab met een aantal eenrichtingsventielen afgesloten wordt. Het doel van de behandeling is dat er wel lucht uit, maar geen lucht in de longkwab kan komen. Hierdoor zal de longkwab volledig ontluchten en samenvallen (atelectase). Deze atelectase zorgt voor de gewenste longvolumereductie. De procedure duurt ongeveer 45 min en wordt uitgevoerd onder diepe sedatie of algehele anesthesie.

 

Hieronder is een video te zien van de plaatsing van een eenrichtingsventiel. 

Resultaten uit onderzoek


In 2003 werd de eerste studie gepubliceerd waarin bronchoscopisch geplaatste eenrichtingsventielen bij een kleine groep COPD-patiënten succesvol waren.

In 2005 bleek dat deze ventielen het effectiefst zijn als er na behandeling volledige atelectase ontstaat. Deze studies waren de aanleiding voor de VENT-studie, een gerandomiseerde gecontroleerde studie (RCT) waarin 220 COPD-patiënten met heterogeen emfyseem actief behandeld werden en 101 patiënten in de controlegroep zaten. De algehele resultaten van de studie waren statistisch significant maar klinisch weinig relevant, met een gemiddelde verbetering van de FEV1 van 4,3%. Een post-hoc analyse toonde dat er een kleine groep patiënten was die een buitengewoon goed resultaat liet zien met een klinisch relevante en statisch significante verbetering van de FEV1 van 16,2%. Deze patiënten hadden uitgesproken heterogeen emfyseem en op de CTscan was een volledig intacte fissuur zichtbaar tussen de behandelde longkwab en de aangelegen longkwab. Bij patiënten zonder intacte fissuur werd geen significante verbetering van de FEV1 aangetoond. Volledige afsluiting van een longkwab gecombineerd met afwezige collaterale ventilatie is cruciaal voor een behandeleffect. De longkwab kan alleen kleiner worden als de ingang van de longkwab volledig afgesloten wordt met eenrichtingsventielen en als er geen luchtstroom in de behandelde kwab kan komen via de aanliggende kwab (collaterale ventilatie).

 


Het meten van aan- of afwezigheid van collaterale ventilatie kan in dezelfde procedure bronchoscopisch gemeten worden met het hiervoor speciaal ontwikkelde Chartissysteem. Met dit systeem wordt de te behandelen kwab volledig afgesloten door een ballonkatheter, terwijl tegelijkertijd zowel de druk als de luchtstroom achter de afsluiting kunnen worden gemeten. Wanneer de luchtstroom ophoudt en de negatieve druk toeneemt, is er geen sprake meer van aanvoer van lucht uit de aanliggende longkwab (collaterale ventilatie) en heeft de patient grote kans op een volledige ontluchting en atelectasevorming van de afgesloten kwab. Dit zal zich vertalen in een afname van het totale longvolume en van de hyperinflatiestand van de thorax.

 

Behandeling met eenrichtingsventielen na een Chartismeting resulteert in een hoog percentage van responders (75%) en een belangrijke verbetering van de FEV1 van 23% (STELVIO trial). Een overzicht van de resultaten van de 4 uitgevoerde RCTs tot nu toe zijn hieronder in een tabel te vinden.

 

De meest voorkomende complicatie (ongeveer 20%) van de behandeling met eenrichtingsventielen is een pneumothorax (klaplong). Deze is meestal het gevolg van adhesies tussen een bulla en de parietale pleura, waardoor er bij de snel ontstane – maar gewenste – atelectase een scheurtje in een bulla kan ontstaan. Bij de meeste patiënten is simpele thoraxdrainage afdoende. Als de pneumothorax echter persisteert, is het tijdelijk verwijderen van een van de geplaatste ventielen soms voldoende voor herstel. De behandeling is reversibel, de ventielen zijn te verwijderen. 

 

Referentie: Endobronchial Valves for Endoscopic Lung Volume Reduction: Best Practice Recommendations from Expert Panel on ndoscopic Lung Volume Reduction Dirk-Jan Slebos, Pallav L. Shah, Felix J.F. Herth, Arschang Valipour.Respiration 2017;93:138–150