Verwijzing COPD voor experimentele longdenervatie of cryospray behandeling

Mocht uw patiënt vanwege de minder uitgesproken hyperinflatie of meer het chronisch bronchitis fenotype niet in aanmerking komen voor een longvolume reductie behandeling dan kunt u patiënten eventueel verwijzen voor 2 experimentele behandelingen: De totale longdenervatie of cryospray behandeling. Beide onderzoeken zijn nog experimenteel en dus nog in onderzoeksverband.

Lopende onderzoeken

Momenteel lopen er voor beide behandelingen geen studies maar wij verwachten dat voor beide behandelingen in 2019 weer studies zullen starten.

De in- en exclusiecriteria zijn nog niet bekend maar in het algemeen zoeken we voor deze studies de volgende patiënten:

 

Algemene inclusiecriteria 

  • COPD, GOLD II en III (30%≤ FEV1 <60%) 
  • mMRC >1 (m.a.w. er moet wel een aanzienlijke beperking zijn)
  • Bereid zijn om in studieverband te worden behandeld
  • Leeftijd ≥40 en ≤75  jaar
  • Minimaal 6 maanden gestopt met roken

Specifiek voor de cryospray behandeling

  • Chronische bronchitis door een arts vastgesteld
  • Klachten van hoesten en slijm ondanks optimale behandeling

Algemene contra-indicaties voor een bronchoscopische interventie

  • Frequente exacerbaties (>2x/jaar een opname in het ziekenhuis, of meer dan 4x per jaar een kuur indien er geen onderhoudsantibiotica wordt gebruikt) 
  • Klinisch significante bronchiëctasiën, infectieuze holtes
  • “Destroyed Lung”
  • Zeer perifeer gelegen emfysemateuze longafwijkingen
  • Eerdere Longvolume reductie chirurgie, lobectomie of longtransplantatie
  • Nieuwe solitaire afwijking op CT zonder follow-up of aanvullende diagnostiek is een exclusie
  • Hypercapnie: PaCO2 >8.0 kPa in stabiele fase bij kamerlucht
  • Hypoxemie: PaO2 <6.5 kPa in stabiele fase bij kamerlucht
  • Cardiale co-morbiditeit: LVEF<40%, significant coronairlijden, chronische decompensatio cordis
  • Pulmonale hypertensie: RV piekdruk>45mmg Hg en/of andere tekenen van significante pulmonale hypertensie
  • Elke vorm van longfibrose
  • Comorbiditeit waardoor de levensverwachting anders dan door de COPD wordt bepaald en/of de procedure en evt bijwerkingen te risicovol worden
  • Gebruik van prednisolon > 15mg/dg en/of andere immuun suppressieve therapie zoals o.a. MTX, azathioprine, anti-TNF, cyclofosfamide, MMF, cyclosporine of tacrolimus