Verwijzing COPD voor experimentele longdenervatie of cryospray behandeling

Mocht uw patiënt vanwege de minder uitgesproken hyperinflatie of meer het chronisch bronchitis fenotype niet in aanmerking komen voor een longvolume reductie behandeling dan kunt u patiënten eventueel verwijzen voor 2 experimentele behandelingen: De totale longdenervatie of cryospray behandeling. Beide onderzoeken zijn nog experimenteel en dus nog in onderzoeksverband.

Lopende onderzoeken


Longdenervatie: AIRFLOW 3

Momenteel loopt er een studie naar de longdenervatie behandeling en zoeken we hier patiënten voor. 


Cryospray behandeling

Voor de cryospray behandeling verwachten wij dat er in Q2 van 2020 weer een studie zal starten.

 

Specifieke criteria voor de cryospray behandeling

 

  • Chronische bronchitis door een arts vastgesteld
  • Klachten van hoesten en slijm ondanks optimale behandeling

Algemene contra-indicaties voor een bronchoscopische interventie

  • Klinisch significante bronchiëctasiën, infectieuze holtes
  • “Destroyed Lung”
  • Zeer perifeer gelegen emfysemateuze longafwijkingen
  • Eerdere Longvolume reductie chirurgie, lobectomie of longtransplantatie
  • Nieuwe solitaire afwijking op CT zonder follow-up of aanvullende diagnostiek is een exclusie
  • Hypercapnie: PaCO2 >8.0 kPa in stabiele fase bij kamerlucht
  • Hypoxemie: PaO2 <6.5 kPa in stabiele fase bij kamerlucht
  • Cardiale co-morbiditeit: LVEF<40%, significant coronairlijden, chronische decompensatio cordis
  • Pulmonale hypertensie: RV piekdruk>45mmg Hg en/of andere tekenen van significante pulmonale hypertensie
  • Elke vorm van longfibrose
  • Comorbiditeit waardoor de levensverwachting anders dan door de COPD wordt bepaald en/of de procedure en evt bijwerkingen te risicovol worden
  • Gebruik van prednisolon > 15mg/dg en/of andere immuun suppressieve therapie zoals o.a. MTX, azathioprine, anti-TNF, cyclofosfamide, MMF, cyclosporine of tacrolimus